Martin Berendse en Paul Brood, Historische wateratlas NL | De drijvende kracht van Nederland

Martin Berendse en Paul Brood noemen zich de kaartmannetjes. Beide oud-medewerkers van het Nationaal Archief dragen met recht die naam: de Historische Wateratlas NL is hun vierde historische atlas die in korte tijd verscheen. Paul Brood heeft volop de tijd: hij is met pensioen en is blijkbaar bezig ideeën, die hij als archivaris en hoofd publiekszaken kreeg en werden aangedragen, in rap tempo uit te voeren. Oud-rijksarchivaris Berendse is nog wel actief als directeur van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, maar beschikt zelfs in die functie blijkbaar over veel vrije tijd.

Toen zij nog werkzaam waren bij het Nationaal Archief zullen ze vast regelmatig likkebaardend de schitterende kaartencollectie hebben bekeken. Op waterstaatsgebied viel daar veel te genieten. Zo wordt de enorme Hingman-collectie daar bewaard, het resultaat van een soort roof in de archieven van de waterschappen en andere instituties. Deze negentiende eeuwse collectie behoort tot de parels van het Nationaal Archief. Ook de indrukwekkende kaartenverzameling van Rijkswaterstaat is in het archief ondergebracht.

Opvallend is echter dat Berendse en Brood in hun wateratlas deze schitterende collecties bepaald niet hebben geplunderd. Ze zijn thematisch te werk gegaan en hebben kaarten gezocht uit tal van collecties die op basis van een geselecteerd thema illustratief zijn. En dat zijn er nogal wat: in 75 thema’s laten ze zien hoe Nederland zich als waterland ontwikkelde. Water noemen ze de drijvende kracht van Nederland en dat is een leuke vondst.

Ook bijzonder is de ode die zij brengen aan Anton Albert Beekman. Beekman geldt als de grondlegger van de historische geografie in Nederland, een tegenwoordig academisch verguisd vak – er is geen hoogleraar meer – wat voor een land als Nederland een regelrechte schande is. Beekman schreef standaardwerken als Nederland als polderland en De wateren van Nederland, werken die zich vooral door hun beschrijvingen en encyclopedische kennis onderscheiden. Je krijgt haast de indruk dat Berendse en Brood Beekman nog meer eer wilden aandoen, maar door de uitgever werden teruggefloten, want de vijf kaderteksten die aan elk hoofdstuk vooraf gaan staan er nu – hoewel interessant – wat plompverloren bij.

Ze dragen ertoe bij dat de hele opzet van deze historische atlas wat rommelig is. De hoofdstukindeling is chronologisch en toch ook weer thematisch zodat je opeens kaarten uit de 17de eeuw aantreft in een hoofdstuk dat over de 20ste eeuw gaat. De titels van de hoofdstukken zijn verwarrend en tonen min of meer aan dat Berendse en Brood eigenlijk niet helemaal boven de materie staan. En wie de kaartencollecties een beetje kent, mist toch ook wel de echte topstukken en zeer illustratieve kaarten.

Na een wat merkwaardige inleiding in een stijl die je echt moet liggen – hurken ze nu op de knieën voor het grote publiek en willen ze toch een beetje belerend zijn? – teren ze in op de zeer korte teksten op de rijke waterstaatsliteratuur, waarvan ze onder de rubriek ‘Verder lezen’ een goede indruk geven. Deze teksten zijn vooral samenvattend en informatief, met een enkele anekdote. Het toont maar weer aan hoe rijk ons waterstaatsverleden is en hoe gevarieerd het landschap.

En ach, wat is het toch jammer dat schitterende kaarten niet de ruimte krijgen die ze verdienen en de vormgever en/of uitgever daar blijkbaar weinig gevoel voor had. Het andere beeldmateriaal dat in de atlas is opgenomen is lang niet zo interessant en had deels best achterwege kunnen blijven ten faveure van de kaarten of kaartfragmenten. 

Al met al hebben beide kaartmannetjes best een aardige wateratlas gemaakt, toegankelijk, leuk om door te bladeren en belangrijk om beleidsmakers in kort bestek een indruk te geven van het landschap. Maar de ‘definitieve’ wateratlas van Nederland hebben de kaartmannetjes zeker ook niet geschreven.

Uitgeverij WBooks